Wanneer meerdere munten de oplossing zijn

Verslag publieksavond over "Monetary Plurality"

Sander Van Parijs

09 Apr 2019

Het bestaan van verschillende vormen van geld is van alle tijden zo stelde econome Georgina Gomez op onze publieksavond over “Monetary Plurality” (2 april 2019 te Gent). Dat één munt – bijvoorbeeld de euro – volstaat om onze maatschappij te organiseren, is in het licht van de geschiedenis bovendien een heel jonge opvatting. Maar ze is daarom niet minder hardnekkig in onze hoofden aanwezig.

"As humans we could count and give credit before we could write"

Georgina M. Gomez

Tijd om deze misvatting via grondig wetenschappelijk onderzoek recht te zetten, zo dachten Gomez en haar internationale collega’s. Samen bundelden ze hun conclusies in het boek “Monetary Plurality in Local, Regional and Global Economies” (gepubliceeerd door Routledge in 2018). Meteen de aanleiding om Gomez naar Gent uit te nodigen.

Georgina Gomez is niet uit het niets gemeenschapsmunten gaan onderzoeken. Als Argentijnse heeft ze in haar land de harde crisisjaren van begin deze eeuw meegemaakt. Door het sluiten van de banken waren er plots amper peso’s en dollars voor handen.

Een piek van 4,5 miljoen gebruikers

De Argentijnen zochten naar allerhande oplossingen om het dagelijks leven op gang te houden en zo ontstond een bloei en wildgroei van allerlei muntsystemen. Op het piekmoment in 2002 was meer dan de helft van de totale geldhoeveelheid in het land gebaseerd op deze munten. Zo’n 4,5 miljoen mensen gingen ermee aan de slag. Overal ontstonden wijkmarkten waar mensen goederen en diensten in een lokale munt konden verhandelen. Maar ook de provincies kwamen in budgettaire ademnood en vonden er niet beter op dan eveneens hun eigen munt uit te geven. Daarnaast had je ook nog allerhande initiatieven van winkelketens en bedrijven die eveneens monetaire zuurstof nodig hadden. De capaciteiten van mensen en machines waren immers niet weg, enkel het officiële betaal- en ruilmiddel was verdwenen.

Wat kunnen we leren van deze episode?

Dat gewone mensen perfect in staat zijn om verschillende munten te combineren zolang hun doelen helder te onderscheiden zijn. Sommige huishoudens beheerden wel vijf verschillende systemen in hun spreekwoordelijke portefeuille. De wijkmunt gebruikte men bijvoorbeeld voor het dagelijkse huishouden en het lokale verenigingsleven, de provinciale munt voor grotere aankopen en belastingen,… de dollars om te sparen enz. Ze waren niet alleen complementair, ze vulden elkaar ook echt aan want wat men met de ene munt kon lukte niet met de andere. Ook opvallend: de verschillende monetaire circuits functioneerden naast elkaar en hadden in de praktijk geen nood aan wisselkantoren omdat ze actief als betaalmiddel gebruikt werden. De deelnemers gaven zo snel mogelijk hun lokale munten weer uit in ruil voor nieuwe diensten en goederen, op die manier bleef de lokale economie draaien.

Een ongezien succes, maar er liep ook heel wat mis. De verschillende munten waren omwille van de crisis zo massaal en in een snel tempo uitgerold dat de initiatiefnemers er de controle over verloren. Niet elke papieren munt was even beveiligd, hun administratie liep achter de feiten aan en de groep gebruikers werd zo groot dat men niet verder kon bouwen op het onderlinge vertrouwen in de netwerken. Het snelle succes was meteen ook de doodsteek voor vele van deze projecten. Samen met de heropleving van de reguliere economie voor de midden- en hogere klasse. Wie was hiervan de dupe? Zij die waren beginnen sparen in het nieuwe systeem – hoewel dit niet de bedoeling was – en zij die nog steeds geen inkomen in peso’s of dollars hadden.

Wat betekent dit voor initiatieven bij ons?

Van Argentinië naar de Belgische lokale munten lijkt een grote stap. Toch wisten Gregory Cremmerye en Wim Van De Putte, van respectievelijk de Torekes en de LimbU, als leden van ons panel vlot de brug te maken.

Ook voor sommige deelnemers aan de Torekes betekent de lokale munt een echte aanvulling - een broodnodig inkomen – om op het einde van de dag de touwtjes aan elkaar te knopen. Daarom wil Samenlevingsopbouw Gent meer en meer inzetten op “arbeid” binnen het programma (nu worden de doelen onder de noemers burenzorg, buurtzorg en milieuzorg gevat). Een hele uitdaging want ondanks het succes van een project als de Torekes mag dat niet leiden tot perverse effecten, zo waarschuwt Gregory. Zoals het stigmatiseren van bepaalde doelgroepen of het verder terugtrekken van de welvaartstaat.

De LimbU benadrukt eveneens haar aanvullend karakter tegenover de euro. Wim benadrukt dat je door met LimbU te betalen, je kenbaar maakt als lid van een community. Want je kan LimbU enkel ontvangen door deel te nemen aan duurzaamheidsacties en gemeenschapsvormende initiatieven. Bijvoorbeeld door bloed te geven of met een netheidsactie mee te helpen. Je kan je dus niet gewoon inkopen. Wanneer je met LimbU naar de winkel gaat, dan weet die handelaar dat je een goede daad gedaan hebt, dat je actief lid bent en wil zijn van de Limburgse community en daarom geven ze jou graag een extraatje, aldus Wim.

Deze publieksavond was een initiatief van volgende partners: Oikos, Rethinking Economics Gent, Economy for the Common Good en Muntuit.