Vermogen van vrijwilligers: valkuilen van gemeenshapsmunten

Simone Heinen en Sarah Duijts

02 Nov 2020

Dit artikel is gebaseerd op ons afstudeeronderzoek ‘Vermogen van Vrijwilligers’, waarmee wij, Simone Heinen en Sarah Duijts, onze bachelor Culturele Antropologie in Utrecht hebben afgesloten. Door middel van een kwalitatief onderzoek binnen het gemeenschapsmuntproject de Torekes in Gent, hebben wij gekeken naar hoe actief burgerschap op lokaal niveau wordt ervaren. Dit artikel behandelt een deelaspect van deze studie en toont, in tegenstelling tot de andere artikelen, mogelijke valkuilen van gemeenschapsmunten binnen vrijwilligerswerkprojecten.

In eerdere artikels (hier en hier) schreven we dat een gemeenschapsmunt kan bijdragen aan een vernieuwende kijk op de inzet van vrijwilligers en daarmee ook de vrijwilligers zelf in een positiever daglicht zet. Echter, met het krijgen van een ander soort waardering dan regulier, betaald werk, kan ook een stereotypering ontstaan. Zo zegt men over de gemeenschapsmunt de Torekes: “Voor mensen die eigenlijk niet veel hebben, is het leuk.” Voor henzelf is de gemeenschapsmunt verdienen dus, zoals zij dit zelf verwoorden, niet nodig, maar “andere mensen hebben daar wel nood aan.”

Het ontstaan van een stereotypering

Een mogelijke valkuil van gemeenschapsmunten is het ontstaan van een stereotypering van zowel de munt als de gebruiker van de munt. Frederik, een gepensioneerde vrijwilliger die geen financieel belang heeft bij de gemeenschapsmunt, geeft aan moeite te hebben gehad met het gebruiken van de munt doordat zijn eigen positie niet overeenkwam met deze stereotypering, en hier ook in eerste instantie niet mee geassocieerd wilde worden:

“Ik moest een drempel overstappen. Ik betaal met de lokale munt. Mensen weten dat je die krijgt door iets te doen voor de buurt, maar dat zijn allemaal vrijwilligers die invalide zijn, grotendeels werkloos, en die krijgen dan Torekes. Daar kunnen ze boodschappen mee doen.”

Deze kijk van de werkenden en gepensioneerden sluit aan bij andere ervaringen in het Torekesproject, waaruit blijkt dat de vrijwilligers voor wie de munt wél een fijn extraatje is, de munt als stigmatiserend ervaren. Voor hen is het betalen met de munt laten zien dat zij vrijwilligerswerk doen binnen dit project, wat indirect zegt dat zij werkloos zijn. Uit de gesprekken die wij hebben met Peter blijkt dat hij deze visie deelt: “De Torekes is een extra munt voor mensen die het financieel moeilijk hebben. Mensen die niet veel hebben, kunnen zo iets bijverdienen.” Hij toont hiermee aan dat hij het werk waarmee men Torekes kan verdienen, beschouwt als een andere optie dan regulier werk. Ook Violet ervaart dat het project deze doelgroep aanspreekt en beschrijft het doel van het project als volgt: “Om mensen die thuis zijn, zoals ik, voor medische of andere redenen, te helpen om naar buiten te komen en ook financieel een handje te helpen.”

Clustering van groepen

Bovendien komt door de weken heen van ons onderzoek naar voren dat Peter, Violet en de andere vrijwilligers voor wie de munt betekenisvol is, vooral in contact zijn met elkaar en dat de verschillende sociaal-economische groepen niet mengen binnen dit project. De munt zorgt in deze zin dus wel voor een vergroot netwerk, maar beperkt zich tot een verbinding tussen mensen met een vergelijkbare achtergrond. Het idee dat overal en altijd een overkoepelend gemeenschapsgevoel ontstaat rondom een gemeenschapsmunt, is een te idealistisch beeld.

Slotsom

Gemeenschapsmunten zijn dus een stap in de verandering van de norm van ‘bijdragen’ op het gebied van participatie. Ons onderzoek toont daarentegen aan dat het wel pas de eerste stap is in deze verandering. Zoals uit bovenstaande blijkt, bevinden de deelnemers van het Torekesproject, voor wie deze werkvorm de manier is om actief burger te worden, zich alsnog in een andere sociale positie dan regulier werkenden. Dit toont aan dat de norm van de gehele gemeenschap nog niet is veranderd. Gemeenschapsmunten zijn dus niet hét wondermiddel om een verandering in bestaande gemarginaliseerde visies op vrijwilligerswerk teweeg te brengen, maar zijn wel een erg handig werkinstrument om het vermogen van vrijwilligers zichtbaar te maken en participatie te bevorderen.

Coverbeeld: Samenlevingsopbouw Gent