Money as a gift

Bruno Iserbyt

29 Apr 2019

Bruno Iserbyt is sinds 2001 actief in de financiële sector en specialiseerde zich in sociale financiering. Hij is bestuurder bij SoCrowd en is daarnaast freelance copywriter. Deze blogpost verscheen eerder op www.zinsmeden.com

Dat geld niet uit ruilhandel ontstond, vertelden we u vorige keer. Hoe ging het er in die primitieve gemeenschappen nu echt aan toe?

Geen ruilhandel maar “gift”-handel

Antropologen stelden vast dat kleine gemeenschappen vaak op basis van giften functioneren. De bakker in het verhaal van Smith had helemaal geen zin om de beenhouwer telkens drie broden te geven in ruil voor vier hamburgers. Het ging er gewoon veel informeler aan toe. De vrouw van de bakker vertelde bij de kapper – die wist dat Ms. Baker nu en dan éclairs mee bracht - aan de vrouw van de beenhouwer – vorige week nog een overschotje balletjes-in-tomatensaus - dat haar man zich wat slap voelde. Een bloedafname had aangetoond dat hij wat ijzer tekort had. Die avond bracht de beenhouwer twee kilo hamburgers langs. Hij wist immers dat een paar maanden later, wanneer hij vijftig werd, de bakker wel met een enorme verjaardagstaart zou langs komen. Dus neen, ruilhandel was er niet en geld was eigenlijk niet nodig.

Een blijk van vertrouwen

Er bestond een combinatie van vertrouwen, onderlinge zorg en giften. Dit werd gekoppeld aan een informeel boekhoudkundig systeem. Zoals jij in je achterhoofd houdt dat jij de laatste oudejaarsavond hebt georganiseerd. Dat koppel “vrienden” uit Antwerpen komt ook elk jaar. Zij organiseren nooit, gelukkig brengt hij altijd dure sigaren en whisky mee. Contanten en ruilhandel bleven meestal beperkt tot situaties waarbij weinig of geen vertrouwen was: bij vreemden of mensen die niet als kredietwaardig worden beschouwd. Denk aan de uitdrukking: iemand krediet geven. Dit is een blijk van vertrouwen.

Boekhoudkundige eenheid ligt aan de oorsprong van geld

Dat geld ontstaan als boekhoudkundige eenheid, steunt antropoloog David Graeber onder andere op Egyptische hiërogliefen en Mesopotamische cuneiformen (kleitabletten met spijkerschrift). Veel van de ontcijferde Mesopotamische documenten blijken financieel van aard te zijn. Al in 3500 voor onze tijdsrekening beschikten tempelambtenaren in Babylon over een (c)un(e)iform systeem van boekhouden – we dragen er nog steeds de gevolgen van: denk maar aan de 60 minuten in een uur, de 24 uren in een etmaal.

Geld als uitvinding om de administratie te versimpelen

De basiseenheid van dat systeem was de sjekel. Een sjekel bestond 180 graantjes gerst. 60 sjekel waren een mina. Dit valt makkelijk te verklaren: er waren 30 dagen per maand en tempelambtenaren kregen 2 rantsoenen per dag. Het is duidelijk dat geld ook in dit geval niet het product was van commerciële transacties of ruilhandel, maar eerder een abstractie, een creatie van bureaucraten om de boekhouding te vergemakkelijken. De sjekel werd snel omgezet naar zilver, maar dit was niet het begin van de muntstukken. Het zilver bleef meestal in de tempel, die als een soort Fort Knox (speciale militaire basis met de belangrijkste Amerikaase goudreserve) avant la lettre fungeerde.

Geld als eenheid van boekhouding dus.